Login

Omgeving & Historiek

INTEGRATIE VAN DE SITE IN HET POLDERLANDSCHAP

 

Een ruimtelijke en historische analyse van het polderlandschap rond Oostende toont dat deze in verschillende fases is ingepolderd geweest. De verschillende polders vormen een verzameling landschappelijke ‘kamers’ die tot op heden elk een karakteristieke invulling kennen.

 

De perceelstructuur van de polder waar het crematorium in zal komen te liggen is sterk orthogonaal. Dit verraadt dat dit gebied pas later opnieuw werd ingepolderd, op een moment dat de landbouw reeds nood had aan grotere, meer rechthoekige stukken grond.

HET GEUZENBOS ALS POLDERBOS

 

Het masterplan van het “Groen Lint” erkent deze verschillende karakters en zoekt ze verder te articuleren. In het gebied waar ook het crematorium komt, stelt het masterplan voor om een bos te maken van 150ha: het Geuzenbos.

 

Het ‘maken’ van een bos – van natuur dus – lijkt een tegenstrijdig gegeven te zijn, maar past eigenlijk perfect binnen de logica van het ontstaan van de polders zelf. De polders zijn immers een gemaakt landschap bij uitstek: het is landbouwgrond door de mens gewonnen op de zee door het inzetten van een reeks landschappelijke elementen (aangeplante dijken, grachten).

 

De gemaaktheid van het Geuzenbos is goed zichtbaar in de huidige verschijningsvorm ervan: het is een lappendeken van wel en niet aangeplante percelen. Dit moet niet gezien worden als een gebrek, maar integendeel als een essentiële kwaliteit van dit bijzonder Polderbos. Door het Geuzenbos te tonen als een transformatie van vroegere landbouwpercelen wordt de geschiedenis en eigenheid van het polderlandschap zichtbaar gemaakt.

AANLEG VAN RABATTEN

 

Het landschapsontwerp voor het terrein van 9ha horende bij het crematorium schikt zich in deze logica van het gemaakt bos, en tracht het programma van het crematorium in te passen in het geheel van het Geuzenbos.

 

Het volledig terrein wordt aangeplant met verschillende inheemse boomsoorten. De bomen worden aangeplant op rabatten: smalle dijkjes die ervoor zorgen dat de wortels van de bomen licht verhoogd liggen ten opzichte van de zware kleigrond er rond en niet versmachten wanneer deze grond met water verzadigd is. Deze aanplantingstechniek wordt vaak toegepast in waterrijke omgevingen. Ook de paden, de strooiweide, de parking, en het gebouw worden op een gelijke manier verhoogd om ze te onttrekken uit de drassige polderklei.

 

Er wordt naar gestreefd om een minimale hoeveelheid grond aan- en af te voeren. De uitgegraven grond van de vijver wordt gebruikt om een heuvel (de “ziggurat”) te maken, de rabatten worden gesculpteerd uit het bestaande vlakke maaiveld. Met het verstrijken van de tijd, door inwerken van de natuurelementen, zullen de contouren van deze vormen geleidelijk hun scherpte verliezen.

HET CREËREN VAN EEN RITUEEL LANDSCHAP

 

Het landschap wordt ingezet om samen met het gebouw het crematie-ritueel vorm te geven. Essentieel voor deze visie is om het volledig programma (gebouw, parking, strooiweide, …) niet te clusteren in één overmaatse enclave, die het Geuzenbos te sterk zou onderbreken, maar om de verschillende componenten van het programma uit elkaar te trekken en te verspreiden over het terrein. Er wordt aldus een archipelago van objecten gecreëerd binnen het bos, die telkens met elkaar in verbinding staan, hetzij visueel, hetzij via het uitgetekend padennetwerk.
Dit laat toe om het verloop van het ritueel te ritmeren in een reeks etappes, en om zeer precies die gradaties in zichtbaarheid en afstand tussen de verschillende elementen te bepalen die essentieel zijn om de juiste sfeer en geborgenheid te creëren horende bij elke fase van de processie.

 

Wie de publieke toegangsweg oprijdt vanaf de Grintweg, snijdt via een trage bocht geleidelijk doorheen de in rijen aangeplante bomen. Langzaam worden vijver en ‘ziggurat’ zichtbaar tussen de bomen door, deze objecten geven aan dat de bezoeker het dagdagelijkse van de Grintweg achter zich geeft gelaten, en nu een bijzondere plek betreedt.

 

Het crematoriumgebouw zelf bevindt zich in een hoek van de site, omringd door het Geuzenbos. De parking is er iets van verwijderd, hoewel een drop-offzone voorzien wordt aan de ingang van het gebouw. Aan de achterzijde van het gebouw ligt de technische toegang die ontsloten wordt door een afzonderlijke dienstweg. Het technisch verkeer wordt dus volledig gescheiden van de overige circulatie, analoog aan de scheiding tussen technische en rituele ruimtes die in het gebouw zelf terug te vinden is. Langsheen de gracht aan de technische zijde van de site wordt een struweelaanplanting voorzien die deze zone aan het zicht onttrekt ten opzichte van het wandelpad aan de overzijde van de gracht.

 

De urnenbegraafplaats en de strooiweide liggen in het bos, afgeschermd van crematorium en parking door een grote vijver. Zo wordt de geborgenheid van deze intieme functies verzekerd. Om vanaf het gebouw naar deze plekken te gaan moet de vijver worden overgestoken via een dijk. De strooiweide wordt omringd door een haag die deze opening in het bos duidelijk afbakent. Eén opening geeft toegang tot deze plek, hier zal ook een element worden voorzien dat dient als gedenkteken voor alle personen waarvan de assen hier zijn uitgestrooid.

 

De inrichting van het terrein maakt het ook mogelijk om de wegenis en parking in te zetten voor de recreatieve ontsluiting van het Geuzenbos. Recreanten kunnen hun auto parkeren op de parking en van daar een wandeling in het Geuzenbos aanvatten of de ziggurat beklimmen zonder het traject tussen crematorium en strooiweide te kruisen. Er wordt een minimum aan verhardingen voorzien om de site te ontsluiten en om de beoogde scenografie doorheen het landschap mogelijk te maken.